logo
Jouw leven, jouw afscheid
Nandja

"Als ik overleden ben word ik gecremeerd. Onze kinderen gaan naar Bali om bij Kubutambahan mijn as over de rijstvelden uit te strooien."

“Ik ben dol op het leven en heb een enorme behoefte om er alles uit te halen.
Dit jaar studeer ik af en daarna wil ik een wereldreis gaan maken. Australië,
Azië, Amerika zien en veel mensen ontmoeten. Zien hoe verschillende mensen
hun leven leven.
Ik denk veel na over het leven en dat is misschien wel de reden dat ik ook
weleens denk aan het moment waarop ik er niet meer ben.
Over de manier waarop ik het liefst afscheid neem van de mensen waar ik
veel van houd. Wat mij betreft vieren zij een groot feest. Net zo’n zelfde feest als
ik straks geef als ik een jaar ga reizen. Ik houd nou eenmaal van reizen.”

Anneke van Swiete

“De begrafenis van een oudtante van mij vond ik een trieste bedoening. Niet
omdat zij triest was of zo. Nee, vanwege de plechtigheid, als daar al sprake van
was. Alles verliep rommelig en het weer werkte ook niet erg mee.
I k vind dat een uitvaart een herinnering moet zijn aan het leven. ‘t Moet een
ode zijn aan het leven met respect voor de dood. Een plechtigheid waar familie,
vrienden en bekenden kunnen laten weten dat de overledene belangrijk voor hen
was. Een uitvaart moet het bewijs zijn dat iemand heeft geleefd en dat hij of zij
ertoe deed.
De begrafenis van mijn oudtante heeft mij wel aan het denken gezet.”

Bas Noordervliet

“Op mijn begrafenis hoor je alleen muziek van Led Zeppelin. Van songs als
The Rain Song, Your Time Is Gonna Come, Thank You en Stairway To Heaven krijg
ik de rillingen. Ik word zó door die muziek geraakt! Het emotioneert me al vanaf
het moment dat ik in 1971 een LP van Led Zeppelin kocht.
Ik zou het super vinden als mijn vrienden op mijn begrafenis ook even dat
geweldige gevoel krijgen. En ik wil wel goed geluid. Er moet een dikke geluidsinstallatie
komen, want Led Zeppelin moet je voelen, in je buik.
En dan geen cake en ook geen koffie. Een stevig glas, iets lekkers te eten,
dan nemen ze maar een taxi op mijn kosten.”

Wessel Zanderse

“Zet mij maar in een sinaasappelkistje aan de straat, heb ik altijd geroepen
als het over de dood ging! Natuurlijk meende ik dat niet, maar wat er van mij
overblijft zit in de harten en hoofden van mijn dierbaren.
T egenwoordig denk ik iets genuanceerder over dit soort onderwerpen.
I k rijd nu in een volledig elektrische auto, scheid mijn afval, spot trekvogels
en houd zoveel mogelijk rekening met het milieu.
E en ecokist? Waarom niet. En verder zo min mogelijk poespas. Ik ben ook
maar een eenvoudige jongen.”

Bram de Bolster

“Ik ben gek op wit. Bij mijn eerste communie was ik in wit, tijdens mijn
vormsel droeg ik een wit jurkje, op mijn trouwdag was ik in het wit en had ik een
boeket met witte rozen.
Als er iets bijzonders aan de hand is zie je mij altijd in het wit. Volgens de
foto’s droeg ik zelfs een witte doopjapon.
Nu denk ik wel eens aan een witte begrafenis. Witte linten, een in het wit
gestoken kerkkoor, een witte kist, witte duiven en witte ballonnen. Natuurlijk
draag ik weer mijn trouwjapon, inclusief sluier.
Krijg al tranen in mijn ogen als ik eraan denk.”

Ester Laurieren

“Het strand bij Noordwijkerhout is de plek waar ik al mijn hele leven kom.
Bij de Langevelderslag is het altijd gezellig rustig. Ik ken er ieder duin op mijn
duimpje en kom er helemaal tot rust.
I n de winterperiode kun je er heerlijk wandelen en ‘s zomers ga ik er
- sinds mijn man dood is - met vriendinnen regelmatig picknicken.
I k zit er ook graag in m’n eentje. Dan stop ik mijn voeten onder het zand en
tuur zo uren over de zee.
S traks wil ik - net als nu - onderdeel zijn van dit landschap. Ik heb mijn
vriendinnen al gevraagd of ze mijn as over de eerste duinrij willen uitstrooien.”

Sjaan Sanders

“Ik ben gisteren weer op het graf van mijn moeder geweest. Het was precies
zes maanden geleden dat zij is overleden. Zij heeft daar een rustplekje samen met
mijn vader. Mijn vader is overleden toen ik een jaar of twaalf was. Mijn moeder
heeft het sinds die tijd helemaal alleen moeten rooien.
Nu zijn ze weer samen. Iets waar mijn moeder de laatste jaren erg naar uitzag.
Mijn twee broers en ik hebben - samen met haar - besloten dat als het onze
tijd is, wij ook bij hen worden begraven.”

Loesewies Giesen

“Als schilder blijf je altijd geïnspireerd door licht. Licht is beweging, vreugde,
licht is leven. En hoe belangrijk licht is ervaar ik iedere dag. Licht in huis, in mijn
hoofd en licht in mijn schilderijen.
Ik zie soms ook licht in mensen. In hun ogen. Dat is de reden dat mensen
altijd het hoofdonderwerp zijn in mijn schilderijen.
Ik moet ook steeds mensen om me heen hebben. Als ik ooit afscheid van dit
leven neem, wil ik graag door een laan van fakkels worden gedragen. Ik hoop dan
dat al mijn vrienden erbij zullen zijn.
Leven is licht.

Mathieu Booms

“Bij ons op de sociëteit praten we nog wel eens over ons leven en de dood.
Over de manier waarop we afscheid willen nemen en begraven willen worden.
Ik heb daar pas, samen met mijn dochter en met een begrafenisondernemer,
over gesproken. Ik wil namelijk in de nacht worden begraven.
‘s Avonds laat een dienst in onze kerk en als de stad stil en uitgestorven is,
in een lange stoet naar de begraafplaats.
Ik ben altijd al een beetje een buitenbeentje geweest en zo wil ik ook wel
worden herinnerd.”

Martijn Swaan

“Dood ga ik nog lang niet, althans dat was ik niet van plan. Toch ben ik het
laatste jaar regelmatig bezig met tijd en vergankelijkheid. Ik maak namelijk een
historisch document over onze familie.
Het wordt een film waarin je zes generaties ontmoet. Prachtig! De eerste
opnamen dateren uit 1961. Daarop zie je mijn opa - zeilend - op het Tjeukemeer
in Friesland.
Ik ben nu de oudste in de lijn en dat zet je wel aan het denken. Ik wil iets
meer nalaten dan een urn. Daarom maak ik samen met mijn vrouw al plannen
over onze uitvaart.”

Johannus Wiersma

“Ik heb veel steun aan mijn geloof. Ik probeer een goed mens te zijn. En de
kerk steunt me daarbij. Met elkaar zijn we er voor iedereen en voor elkaar.
Samen bidden we voor vrede in de wereld en nemen we initiatieven om
behoeftige mensen in onze omgeving een handje te helpen. Dat geeft het leven
zin en mij een goed gevoel.
Ik wil straks een eenvoudige begrafenis en wat er dan van mijn spaarcentjes
over blijft, is voor het goede doel. Als ik straks voor onze schepper sta wil ik het
een beetje goed gedaan hebben.”

Truus van Haveren

“Ik woon sinds 1962 in Nederland. Mijn man Harold kon hier een prima
baan krijgen bij Buitenlandse Zaken in Den Haag. Voor ons een unieke kans op
een mooie toekomst.
Harold en ik kregen vier jongens en drie meisjes. We zijn een heel gelukkig
gezin en al onze kinderen hebben het goed. Toch hebben wij altijd een gevoel van
heimwee naar Indonesië.
Als ik overleden ben word ik gecremeerd. Onze kinderen gaan naar Bali om
bij Kubutambahan mijn as over de rijstvelden uit te strooien.
Ik ben geen mens voor in de Hollandse klei.”

Nanda Gatsonides